🩵 Kankerlicht – Grenzen verleggen met een Renault Trafic

🩶 15:33 De bel die niemand wil horen

Het was een telefoontje op vrijdagmiddag om 15:33. Ik was net een bierproeverij met kwis aan het voorbereiden. In een paar minuten veranderde mijn middag van luchtig naar loodzwaar. Sinds dat moment probeer ik alles wat er gebeurt op te schrijven. Niet om medelijden te krijgen, maar om mijn hoofd en hart bij elkaar te houden. Deze blogs zijn mijn manier om te begrijpen, te delen en te laten zien hoe ik hiermee omga. Soms serieus, soms met humor, maar altijd echt.

“Het leven belt niet van tevoren om te vragen of het uitkomt.”

🩶 Samen weer compleet

Sylvia en Mandy zijn terug. Alleen die zin al voelt als winst. Samen met Steijn en Jurjan reden we in de Renault Trafic richting Schiphol. Jurjan bleek onderweg een onverwachte bonus. Hij weet hoe kanker voelt, hoe maskers ruiken, wat bestraling doet en wat AOV-verzekeringen vooral niet doen. Het gesprek was luchtig en leerzaam tegelijk, wat een zeldzame maar prettige combinatie is. Op de terugweg heb ik bijna de hele rit liggen slapen. Achteraf gezien had ik de impact van de reis zwaar onderschat. Blijkbaar kun je mentaal denken dat je er weer bent, terwijl je lijf nog ergens onderweg is. Het was goed dat iemand anders het stuur vasthield, letterlijk en figuurlijk.

“Soms is gezelschap niet nodig om wakker te blijven, maar om te mogen slapen.”

🩶 Routine als houvast

In de weken dat Sylvia en Mandy weg waren, hield ik me strak vast aan een vaste ochtendroutine. Keuken in. Warme melk in de magnetron. Was aan. Vaatwasser uitpakken. Hond uitlaten. Daarna een grote kom Brinta en een kop latte macchiato. Allebei grotendeels smakeloos, maar de routine was prettig. Het gaf structuur aan dagen die anders alle kanten op konden vallen. Het was geen culinaire beleving, maar wel een mentale leuning. Nu de twee vrouwen in mijn gezin weer terug zijn, probeer ik die routine opnieuw op te pakken. Dat blijkt lastiger dan gedacht. Ritme verdraagt slecht concurrentie, zelfs als die concurrentie liefdevol en welkom is.

“Ritme is geen luxe, maar een stille vorm van zelfzorg.”

🩶 Babyzacht en keihard

Ik had hoop. Serieus. Ik voelde stoppels en dacht dat mijn baard terugkwam. Dat bleek wensdenken van het zuiverste soort. Grote delen van mijn gezicht en hals zijn inmiddels babyzacht en babykaal. Dat klinkt vertederend, maar voelde pijnlijk confronterend. Tegelijkertijd bleef ik die week druk. Elke dag uiterlijk om tien uur op. Huishouden. Bewegen. Doorzetten. Ik viel zelfs elke dag af, ondanks dat mijn maag en darmen zich eindelijk rustiger hielden. Fysiek herstel is dus geen rechte lijn. Mijn keel voelt ondertussen alsof er én te veel is weggehaald én alsof er continu een dikke lap stof in zit. Slikken is een project. Koekjes, aardappels, snoep, alles blijft hangen. Twee of drie keer slikken is geen uitzondering. Herstel, ja. Comfort, nog niet. En dan is er nog de jeuk. Op de plekken waar eerder brandwonden zaten, komt die met grote regelmaat terug. Niet pijnlijk, wel hardnekkig. Er wordt nog vaak gesmeerd om het binnen de perken te houden. Ik neem jeuk tegenwoordig dankbaar boven pijn, maar het blijft een dagelijkse herinnering dat herstel ook ongemak is. Herstel, ja. Comfort, nog niet.

“Je lichaam liegt niet, maar het vertelt zijn waarheid zonder ondertiteling.”

🩶 Van vooraan naar ertussen

Mentaal merk ik dat het steeds lastiger wordt. Niet omdat het acuut misgaat, maar omdat mijn batterij maar langzaam oplaadt en geen enkele reserve heeft. Alles wat ik doe, kost meteen energie. Er is geen buffer meer. Dat merk ik vooral in menselijk contact buiten mijn eigen gezin. Gesprekken met anderen zijn prettig, oprecht en vaak zelfs leuk, maar ze kosten meer dan ze opleveren. Ik geniet ervan terwijl ik leegloop. Dat is een vreemde gewaarwording.

Ik zeg het steeds vaker hardop: ik ben fit genoeg om me ontzettend te vervelen, maar te futloos om er iets aan te doen. Die zin is inmiddels geen grap meer, maar een observatie. Tegelijkertijd is niet alles meer zwaar. Een bezoek aan de supermarkt is geen hel meer. Gisteren heb ik zelfs met Sylvia op een terrasje gezeten. Dat voelde bijna normaal. Bijna, want ook daar liep mijn batterij langzaam leeg, maar dit keer zonder paniek.

Daarbovenop komt de onzekerheid. Er zit nog steeds een homp vlees in mijn keel die niet lijkt te slinken. Is de bestraling geslaagd. Is alles weg. Moet ik nog verder behandeld worden. Antwoorden komen pas in maart. Dat wachten vreet energie die ik niet heb. En juist omdat ik iemand ben die normaal vol ideeën, plannen en beweging zit, voelt deze mentale stilstand zwaarder dan de fysieke beperkingen.

Wat ook wringt, is het gevoel dat ik ergens mijn plek ben kwijtgeraakt. Voor mijn ziekte stond ik vooraan als het ging om digitale soevereiniteit. Niet schreeuwend, maar zichtbaar, betrokken, inhoudelijk scherp. Nu sta ik ertussen. In de massa. Dat voelt als verlies. Ik wil die plek vooraan terug. Niet uit ego, maar omdat ik geloof dat Europeanen hier geholpen moeten worden. Dat wordt mijn eerste aandachtspunt. Mijn rentree in het professionele leven. Niet sneller, maar bewuster.

“Herstel betekent soms dat je leert kiezen wanneer iets het kost.”

🩶 Voor nu

De eerste week dat ons gezin weer compleet was, bleek zwaarder dan gedacht. Sylvia kwam ziek terug en haar slechte nachten werden ook de mijne. Veel taken die ik tijdens hun afwezigheid had overgenomen, bleken achteraf… creatief uitgevoerd. De kraan stond scheef. Gelijmde kozijnonderdelen hingen niet recht. Keuken en badkamer kregen een tweede schoonmaakronde. Het enige wat écht goed was gegaan, was een vastgelijmde plint van tien centimeter. Dat voelde symbolisch. Ik had mezelf overschat en stortte weer een beetje in. Dat leverde echt een mentale klap op en dat raakte mijn zelfvertrouwen.

Afgelopen maandag bracht ik Mandy naar school in Zwolle. Omdat ik dit keer fitter was dan Sylvia, reed ik zelf. Het voelde zwaarder dan een rit naar Den Haag, ook al reed de auto het grootste deel. De terugrit deed ik ook. Want als je je grens niet kent, kun je hem niet verleggen. Ik was gesloopt. Dus ging ik gisteren weer. Zwolle, daarna Staphorst voor koffie bij mijn ouders. Ik moest daar eerst een half uur op de bank liggen voordat ik terug kon. Zwolle ging goed. Hengelo ook. Maar thuis ontvluchtte ik de eettafel. Te druk. Te vermoeid. Wat wel heel gaaf was: mijn dochter had mijn reserve laptop gewrapped. Misschien doet ze nu ook mijn main laptop. Voor nu is dit waar ik sta. Grenzen leren kennen. Soms verleggen. Soms accepteren.

“Zwaarte mag licht hebben. En licht weegt soms verrassend veel.”

PS: Brinta is volledig europees, ik zeg het maar….


Ontdek meer van Data-Pro BV

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie