🩶 15:33 De bel die niemand wil horen
Het was een telefoontje op vrijdagmiddag om 15:33. Ik was net een bierproeverij met kwis aan het voorbereiden. In een paar minuten veranderde mijn middag van luchtig naar loodzwaar. Sinds dat moment probeer ik alles wat er gebeurt op te schrijven. Niet om medelijden te krijgen, maar om mijn hoofd en hart bij elkaar te houden. Deze blogs zijn mijn manier om te begrijpen, te delen en te laten zien hoe ik hiermee omga — soms serieus, soms met humor, maar altijd echt.
“Het leven belt niet van tevoren om te vragen of het uitkomt.”
🩶 Mechanisch hersteld
De dagen gaan voorbij. Ik voel me fitter, denk ik. Maar eerlijk gezegd weet ik niet of ik fitter bén of gewoon beter in het verkopen van dat idee. Ik zeg vaak dat ik fit genoeg ben om me te vervelen maar te futloos om er iets aan te doen. En steeds vaker moet ik toegeven dat die zin akelig accuraat is.
Mechanisch lijkt alles in orde. De bult in mijn hals krimpt nog steeds en is inmiddels moeilijk te vinden. Mijn huid herstelt, al zijn er plekken waar het voelt alsof ik een pasgeborene ben. Nieuwe huid, geen haartje te bekennen, een scheerapparaat dat vastloopt alsof het tegen een muur rijdt. Onder aan mijn hals zit een plek die meerdere keren per dag zalf vraagt en dat ook nadrukkelijk laat merken. Mijn keel voelt permanent raar maar niet pijnlijk. Het gebrek aan speeksel is praktischer van aard. Na drie happen van een droge koek krijg ik niets meer doorgeslikt zonder water.
En dan is er mijn smaak. Die is een vreemd fenomeen geworden. Ik kan intens genieten van alles wat Sylvia op tafel zet. Ik proef het verschil tussen jonge en oude kaas, maar vraag me niet hoe die kaas smaakt. Dat kan ik niet uitleggen. Ik proefde laatst twee whiskeys. De branderigheid van de alcohol was duidelijk. Dat de een rokeriger was dan de ander ook. Maar het vocht zelf proefde als dik koel water. Klinkt dat gek? Dat is het ook. Het verschil tussen Gouda en brandnetelkaas proef ik niet. Een pilsje is net spa rood alhoewel ik wel waarneem dat het bier is. IPA en Bock gaan prima. Koffie drink ik met plezier, maar elke bak is een slappe bak, ongeacht wie hem zet of hoe zorgvuldig hij is gezet.
Mijn stem is vrijwel normaal. Mijn gewicht stabiel. Mijn huid geneest. Ik kan uren geconcentreerd achter mijn computers zitten. En als de vermoeidheid me overvalt, herstel ik sneller dan voorheen. Het gaat eigenlijk beter dan voorspeld. Dat is winst. Maar herstel blijkt meer dan een checklist van functies die terugkeren.
“Objectief herstel is meetbaar, subjectief herstel voel je pas als je struikelt.”
🩶 De camping als reality check
Een paar weken geleden voelde ik me zo goed dat ik alweer dacht aan werk. Hele dagen achter mijn laptop, fysiek sterk, mentaal veerkrachtig. Kortom, niet ziek.
Er was een verenigingsdag op de camping. Zo’n dag waarop iedereen aanwezig is, koffie drinkt, bijpraat en daarna klust. Mijn plan was helder: helpen, tussendoor naar de kapper, terug om verder te klussen. Gezellig. Productief. Normaal.
Tot Sylvia mij streng toesprak toen de eerste koffie op was. Ik moest blijven zitten. Ze zag aan me wat ik zelf niet wilde erkennen. Ik was moe. Niet een beetje, maar fundamenteel. Ze had gelijk. Ik stortte in en bleef zitten tot het tijd was om naar de kapper te gaan.
De rit naar de kapper was achteraf onverstandig. Ik reed als een dronkeman, terwijl mijn enige brandstof koffie en ontbijt was. Bij de kapper heb ik eerst gezeten met een kop koffie, daarna gezellig gekletst met Ninorta terwijl ze me knipte. Toen ik klaar was, had ik geen energie meer om terug naar de camping te rijden. Gelukkig had Sylvia al geregeld dat ze naar huis werd gebracht. Zij zag wat ik niet zag. Of beter: wat ik niet wilde zien.
Dat moment hakte erin. Thuis voel ik me top. Maar eigenlijk ben ik een mannetje van 98.
“Soms confronteert de buitenwereld je harder dan welke diagnose dan ook.”
🩶 Rouw die later komt
Die gebeurtenis deed meer met me dan ik wilde toegeven. Dagenlang moest ik wennen aan het idee dat mijn hoofd sneller herstelt dan mijn lichaam. Dat doet pijn, zeker met een bedrijf dat geen inkomsten genereert maar wel uitgaven kent.
Tijdens een gesprek met onze case manager bij het MST werd veel duidelijk. Het is niet ongebruikelijk dat, zodra je je fysiek beter voelt, de mentale klap volgt. Een rouwproces, noemde ze het. Je rouwt om wat vanzelfsprekend was. Om het verlies van ‘ normaal’. Ik krijg daar hulp bij. Dat zal helpen, al moet vooral ik zelf leren leven met deze nieuwe realiteit.
Ik heb signalen leren herkennen. Begint mijn stem te kraken? Voelt mijn keel dikker? Krijg ik negatieve gedachten of erger ik me ineens aan de kleur van iemands sokken? Dan weet ik dat ik mijn grens heb bereikt. Of beter gezegd, dat ik hem probeer te verleggen. En dan komt de wezenlijke vraag: hoe ver wil ik gaan, en welke prijs ben ik bereid te betalen?
“Herstel is niet alleen genezen, het is ook leren doseren.”
🩶 Leven buiten de bank
Het gaat vooruit. Dat is onmiskenbaar. Ik kan gesprekken van ongeveer een uur voeren. Ik kan bloggen. Ik ben hele dagen bezig met het bouwen aan mijn digitale soevereine wereld. Ik leer over Linux, Python en NixOS. Als het je niets zegt, geen probleem. De nerd in mij is in elk geval springlevend.
Onlangs ben ik bij mijn laatste klant geweest, MEPAL. Vijf maanden gewerkt, maar de mensen voelen als vrienden. Ze waren oprecht blij me te zien. Ik kwam al moe aan na die rit van zesendertig minuten, maar wat was het goed ze te ontmoeten. Toen ik vertrok was ik compleet kapot. Thuis moest ik bijkomen, en we hadden die dag nog meer plannen. Ik heb nu nog hoofdpijn van die dag, maar het was het waard. Sommige prijzen betaal je met overtuiging.
Vrijdag deed ik een oproep op LinkedIn. Op zoek naar een kleine opdracht of misschien een dienstverband. Niet sturend, dat kan ik nog niet, maar wel iets. Rustig opbouwen. Want ik wil zo graag. En 16 uur per maand houdt mijn bedrijf levend. Onze okergele bank heeft inmiddels een actieve hekel aan mij ontwikkeld. Of andersom. Ik heb er te veel op gezeten. Zelfs mijn Toastmasters lidmaatschap staat tijdelijk on hold. Maar voor wie meeleest: ik sta te popelen.
“Willen is kracht, maar mogen is herstel.”
🩶 Voor nu
Voor nu accepteer ik dat mijn lichaam niet zo hard gaat als mijn hoofd verlangt. Dat vooruitgang soms bestaat uit een uur gesprek, een rit van 36 minuten en drie happen koek met water. Ik blijf mijn grenzen onderzoeken, soms voorzichtig, soms eigenwijs.
Het gaat wel. Heel duidelijk vooruit. Alleen niet in rechte lijnen.
“Zwaarte mag licht hebben. En licht weegt soms verrassend veel.”
Ontdek meer van Data-Pro BV
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Fijn om weer wat van je te horen, àlles heeft tijd nodig gun jou lichaam dat ook. Is voor ons ook herkenbaar. Blijf leuke dingen doen en we hopen dat er langzamerhand weer wat werk binnen komt. Liefs van ons Klaas en Fien